vrijdag 24 mei 2013

Oorlogsgravenstichting

Mei is de maand van het herdenken en gedenken van de Tweede Wereldoorlog en haar slachtoffers. Ook in Zaltbommel vond dit jaar een dodenherdenking plaats op 4 mei. Zaltbommel heeft een speciale band met deze herdenking. De zorg voor de graven van Nederlandse oologslachtoffers, burgers en militairen, is een taak van Oorlogsgravenstichting. De oorlogsgravenstichting is opgericht door de Zaltbommelaar Anton van Anrooy (1895-1946).

Oorlogsgraven
Anton van Anrooy was een zoon van Abraham Gijsbert van Anrooy en Marie Ernestine Mathilde van der Elst. Vader was wijnhandelaar en directeur van de plaatselijke was- en strijkrinrichting. Anton vond zijn roeping net als verschillende andere familieleden in de gezondheidszorg en werd arts. Hij werd uiteindelijk bedrijfsarts bij Philips. Na de oorlog was hij hoofd van de dienst voor Identificatie en Berging van het Ministerie van Oorlog. In die hoedanigheid kwam hij dagelijks in aanraking met oorlogsslachtoffers. Naar Engels voorbeeld (Imperial War Graves Commission) nam hij in 1946 het initiatief voor een Nederlandse organisatie die zich wereldwijd inzette voor de Nederlandse oorlogsgraven. Hij wist daarbij de steun te verwerven van de overheid. Uiteindelijk werd op 13 september 1946 de oorlogsgravenstichting opgericht.

A. van Anrooy (foto website OGS)


Anton van Anrooy kwam kort daarop bij een verkeersongeluk om het leven. Hij is begraven op de algemene begraafplaats op de Bosschepoort in Zaltbommel. Zijn werk werd op verzoek van de stichting voortgezet door zijn vrouw Hermine Gerarda van Anrooy-de Kempenaer (1903-1997). Zij had haar sporen al verdiend in allerlei besturen van vrouwenorganisaties en het Rode Kruis. Mevrouw Van Anrooy-de Kempenaer bleef 25 jaar president van de stichting.

Impromptu
Anton van Anrooy is in Zaltbommel om nog een andere reden een bekende naam. Hij is de auteur van het boekje Impromptu (1939). Hierin verteld hij het verhaal dat hij gehoord zou hebben van zijn grootvader, over het onverwachte bezoek van de beroemde pianist Frans Liszt aan Zaltbommel. Liszt zou tijdens een reis van vanaf een boot op de Waal gelokt zijn door de mooie klanken van het carillon, dat bespeelt werd door Carolus Leenhoff. Thuis in Zaltbommel bij Leenhoff hoorde Liszt de dochter van Carolus pianospelen en zou geadviseerd hebben haar in Parijs te laten studeren. Daar ontmoette dochter Suzanne de bekende schilder Eduard Manet met wie zij in 1863 in Zaltbommel trouwde (zie deze huwelijksakte op de website van het Streekarchief Bommelerwaard). Behalve het huwelijk tussen Suzanne en Eduard is er van dit verhaal (helaas) niets zeker. De Stichting Frans Liszt Kring in Nederland acht het bezoek aan Zaltbommel echter als bewezen en heeft zelfs een herdekingsplaquette laten aanbrengen in Zaltbommel.

Sil van Doornmalen, adjunct-streekarchivaris

maandag 22 april 2013

Oranje boven

We kunnen er niet omheen deze maand, daarom ook in dit blog een stukje over de Oranje's. De band met het huis van Oranje in de Bommelerwaard is al een hele oude. Als eerste Gelderse stad schaarde Zaltbommel zich achter prins Willem van Oranje in 1572. Vanaf die tijd had de stad een soort status aparte en pas in 1602 keerde Zaltbommel terug in de Gelderse moederschoot. Willem van Oranje is verscheidene keren in Zaltbommel geweest net als zijn zoon prins Maurits. In die roerige jaren van de opstand tegen de Spaanse koning was Zaltbommel (nog) een belangrijk militair strategisch plaatsje. In de woelige jaren eind achttiende eeuw, zijn er aardig wat orangisten te vinden in de Bommelerwaard. In 1787 ondertekent een groot deel van de inwoners van Gameren een petitie voor Willem V waarin zij verklaren de prins als erfstadhouder en militair opperbevelhebber te 'respecteren en te helpen maintineren' (handhaven). De Zaltbommelse drukker annex uitgever Johannes Olivier was in die jaren de man achter de orangistische Geldersche Historische Courant.

Sinds de Oranje's onze koninklijke familie zijn hebben de meeste vorsten en hun wederhelften de Bommelerwaard bezocht. Voor Willem I en Willem II is het nog niet uitgezocht. Maar Willem III zette vanaf het water voet op Bommelerwaardse bodem toen hij de streek bezocht bij de watersnoodramp in 1861. Een bezoek dat op prent werd vereeuwigd.

Koningin Emma (van Waldeck-Pyrmont) is voor zover bekend niet in de Bommelerwaard geweest. Leuk is een berichtje in de Bommelsche Courant van 19 februari 1879 waarin met enig ongenoegen wordt gemeld dat het damesweekblad De Huisvrouw, geen melding heeft gemaakt van het huwelijk van Willem III met Emma. dat was toch ongehoord! Dat van alles een feestje te maken is blijkt wel uit de festiviteiten in 1929 toen Emma 50 jaar Nederlandse was, na haar huwelijk met Willem III in 1879. Wilhelmina en prins Hendrik, Juliana en prins Bernhard, Beatrix en prins Claus zijn allemaal wel op één of meerdere werkbezoeken geweest in de streek. Op 22 september 1911 brachten Wilhemina en Hendrik een bezoek (waarschijnlijk ook het eerste aan de Bommelerwaard) aan Zaltbommel. Ze kwamen een kijkje nemen bij de legermanoeuvres voor de stad. Pontonniers waren toen druk in de weer om een ponton te slaan over de Waal. Er is een foto van bewaard, net als van enkele andere bezoeken van Wilhelmina. Tijdens de eerste wereldoorlog was ze kort in Hedel waar ze het evacuatiestation bekeek. Het dorp had toen nog een eigen stationnetje op de lijn Utrecht-Den Bosch. Prachtig zijn de foto's uit 1926. Wilhelmina kwam toen poolshoogte nemen in de Bommelerwaard in verband met de dreiging van een watersnood.


Koningin Wilhelmina in Well op 8 januari 1926 in gesprek met een inwoner.

De eerste keer dat Juliana (zogenaamd 'incognito') de Bommelerwaard bezocht is waarschijnlijk op 15 maart 1929 geweest, toen ze samen met haar moeder de werkzaamheden van de ijsbreker 'Siberië' gadesloeg vanaf de Waaldijk, die druk doende was met het bevaarbaar houden van een vrijwel dichtgevroren rivier de Waal. Als koningin kwam ze in 1956 voor het eerst naar de Bommelerwaard. In Gameren kreeg ze een kistje aardbeien! Of die achter de rododendrons zijn gegaan zoals Wim Sonnevelt zo mooi typeerde in de sketch 'De stalmeester' is niet bekend.... Het eerste bezoek van Beatrix was zes jaar daarvoor. In augustus 1950 luisterde zij met haar zusje Margriet en haar vader de festiviteiten op in Zaltbommel ter gelegenheid van het 1100-jarig bestaan van de stad. Het laatste bezoek van een Oranje aan de Bommelerwaard dateert van 2005. Koningin Beatrix opende toen officieel kasteel Nederhemert. Het kasteel is één van de laatste, zo niet het laatste, monument in Nederland met oorlogsschade uit de Tweede Wereldoolrog dat hersteld is.

In de overwegend reformatorische Bommelerwaard was en is de aanhankelijkheid aan het 'huis van Oranje' vanaf de negentiende eeuw groot. Jubilea en inhuldigingsfeesten werden en worden uitgebreid gevierd. Vanaf Willem III is er meer en meer documentatie bewaard gebleven van al die feesten. Dat komt vooral omdat drukwerk tegen die tijd betaalbaar was en er feestgidsen, pamfletten en krantjes verspreid konden worden. In de archieven vinden we stukken over de festiviteiten ter gelegenheid van het 25-jarig regeringsjubileum van Willem III in 1874 en het 40-jarig jubileum in 1889. Kort daarvoor, 1887, werd ook de 70ste verjaardag van de vorst gevierd. In Zaltbommel verscheen op 31 augustus 1898 zelfs een geheel oranje gekleurde editie over de inhuldiging van het Bommelsch Nieuwsblad. Het is tot nu toe overigens de enige editie die van dit twee wekelijks verschijnende krantje bewaard is gebleven. In Well worden rond 31 augustus, de verjaardag van Wilhelmina, nog steeds feesten georganiseerd.

De aanhankelijkheid zien we ook terug in straatnaamgeving, namen van scholen en de aanwezigheid van verschillende koningsbomen. Ter gelegenheid van de inhuldiging van Willem-Alexander worden in alle kernen van de gemeente Zaltbommel bomen gepland. In de gemeente Maasdriel alleen in het dorp Hurwenen. Het is nu wachten op het eerste officiële bezoek van onze nieuwe koning aan de Bommelerwaard.

woensdag 20 maart 2013

Belasting en genealogie

Bijna is het weer zover. Op 1 april worden we geacht onze inkomensbelastingaangifte ingediend te hebben. Het blijft een dankbaar onderwerp voor discussie, geklaag en burgerlijke ongehoorzaamheid. Dat is nu zo, maar vroeger niet minder. Belastingperikelen zijn van alle tijden.
In 1749 waren de financiën van het toenmalige Kwartier van Nijmegen niet florissant. De Bommelerwaard maakte toen deel uit van die regio. Om 'het huishoudboekje' op orde te krijgen vaardigden de staten van het kwartier een plakkaat (een openbare bekendmaking) uit waarin alle dorpsbesturen werden opgeroepen om een adequate lijst te maken van alle woningen, hun bewoners en nog wat zaken. Niet alle inwoners werden geregistreerd met naam. Voor de belasting heffing was de naam van de eigenaar van een woning en de - mannelijke - hoofdbewoner van belang. Van kinderen werd alleen het aantal opgegeven, ingedeeld naar enkele leeftijdsklassen. De echtgenotes blijven meestal onbekend. Een enkele keer zijn ze bij naam genoemd als weduwe ("De wed. Jan van Boxel") of bij de vermelding van een weduwnaar ("Cornelis van der Salm weduw. Metje Coeters"). Inwonende familieleden, knechten en dienstmeiden worden soms wel en soms niet met naam genoemd.

Het geheel kon worden ingevuld op (voorbedrukte) lijsten die verdeeld waren in twaalf kolommen. Van de Drielse opgave is geen formulier bewaard maar een geschreven staat. Het Streekarchief Bommelerwaard heeft de bewaard gebleven kohieren (een oude term voor belastingregister) voor de streek gedigitaliseerd en geïndexeerd. Het zijn de kohieren van Brakel, Driel (Kerkdriel, Velddriel en Hoenzadriel), Hedel, Hurwenen, Nieuwaal en Rossum. Hierin worden zo'n 1050 personen met (achter)naam genoemd. De opgaven van de andere Bommelerwaardse dorpen hebben voor zover bekend de tand des tijds niet overleefd. Deze kohieren zijn prachtige bronnen voor genealogisch en sociaal-economisch onderzoek. Omdat alle bewoonbare woningen opgenomen werden (woning is soms een te groot woord en dan wordt gesproken van 'hut') zijn de lijsten een soort volkstelling avant-la-lettre.


Een blad uit het belastingkohier van Nieuwaal 1750

De omschrijvingen van de woningen en de persoonlijke omstandigheden van de inwoners zijn soms prachtig plastisch en direct beschreven. De huizen variëren van 'huijsmanswooning', arbijtswooning', een 'boerehuijs', een 'goet', 'gering', 'slegt' of 'vervallen huijs' tot een 'hutje'. De inwoners zijn in redelijke doen of arm, 'levende van den armen' zoals men schrijft, 'onmondig', of 'onnosel'. Voor de laatste aanduiding zouden wij nu zeggen 'verstandelijk beperkt'. De grootmoeder van Abram Joppe uit Brakel is 'stok oud en blindt'. Naast de beroepen (arbeider, "boerke" of "bouwerije", smid, spinster, kleermaker, timmerman enzovoorts) wordt een enkele maal ook een functie vermeldt zoals schout en secretaris.
Voor de belastingheffing werd er gekeken naar het beroep dat men uitoefende, het aantal paarden dat men bezat, het aantal vuurplaatsen in een huis (haarden, ovens) en de aanslag in de 'gemene middelen' (de bijdrage in de algemene kosten van het kwartier) op basis van de 'cumsumtie', het totaal dat men betaalde aan hoofd-, haard-, geslacht- en zoutgeld en gemaal-, wijn- en bieraccijns.

Ga naar de registers op www.streekarchiefbommelerwaard.nl

Sil van Doornmalen,
adjunct-streekarchivaris

Literatuur:
* S.E.M. van Doornmalen, Opname van huizen en personen te Driel in 1750 (Zaltbommel 1989) Bommelerwaardse Bronnen 4
* J.J.A. Buylinckx, Hedel in 1750 (Zaltbommel 1991) Bommelerwaardse Bronnen 12

maandag 25 februari 2013

Heerlijkheid Ammerzoden in kaart

Vele eeuwen was de Bommelerwaard een bestuurlijk lappendeken van heerlijkheden in verschillende gradaties (dagelijkse of lage en hoge heerlijkheden) waar heren (en zo nu en dan ook 'de vrouwe van') hun rechten deden gelden. Een heerlijkheid was, eenvoudig gezegd, het grondgebied waarover een persoon (de heer) bepaalde bevoegdheden van overheidsgezag (de heerlijke rechten) kon uitoefenen, zoals het laten rechtspreken en het aanstellen van bestuurders. Tot de heerlijke rechten worden ook rechten gerekend zoals de molendwang (waarbij inwoners verplicht hun graan moesten laten malen op de molen van de heer), het veerrecht (voor het onderhouden van een pontveer) of het visrecht (toestemming om in wateren te mogen vissen). Al die rechten kon een heer daadwerkelijk in bezit hebben of in leen hebben gekregen. Naast de heerlijke rechten had de heer meestal veel gronden binnen de heerlijkheid in eigendom.

In de achttiende en negentiende eeuw lieten verschillende heren hun bezit in de Bommelerwaard in kaart brengen. Het heeft prachtige kartografische documenten opgeleverd. Onlangs is één van die bijzondere kaarten voor het streekarchief gedigitaliseerd door Picturae in Heiloo. Het is een grote kaart van de heerlijkheid Ammerzoden in 1804: KAART figuratief bevattende de Landen onder de vrye Heerlykheid AMMERZODEN. WELL EN WORDRAGEN, Gehoorende met de daar onder gehoorende Gebouwen met Casteel van Ammersoden etc....


Heerlijkheid Ammerzoden 1804

In opdracht van Philippus Alixander Josephus Guislain Christyn graaf van Ribaucourt (1748-1823) en heer van Ammerzoden bracht Gerrit van Reekum in 1802-1803 de heerlijkheid in kaart. Hij voltooide zijn werk op 6 februari 1804. Van Reekum gebruikte daarvoor een flink stuk papier van 167 x 243 centimeter. De oriëntatie van de kaart is opmerkelijk. Het noorden zit links. Een oplossing die waarschijnlijk te maken heeft met de twee opvallende uitsteeksels in het grondgebied van de heerlijkheid: in het noorden het 'Wellsebroek' en in het zuiden, aan de overkant van de rivier de Maas de zogenoemde "Gelderse waarden". Die uitsteeksels houden verband met de oude meanderende loop van de rivier de Maas. De kaart van de heerlijkheid is een pré-kadastrale kaart die ook inzicht geeft in de percelering binnen de heerlijkheid.

De laatste heer van Ammerzoden, Arthur baron de Woelmont, verkocht de heerlijkheid met het kasteel en allerlei goederen in 1873 aan de parochie te Ammerzoden. Mogelijk is toen ook deze kaart in het bezit van de parochie gekomen, zeker is dat echter niet. Het kan ook later gebeurd zijn. In 1976 gaf de parochie de kaart in bruikleen aan de gemeente Ammerzoden, die een deel van het kasteel betrok als gemeentehuis. De gemeente vond het een aardig idee om de kaart te tonen in de raadkamer. Daarvoor werd de kaart op linnen geplakt en op een houten frame gespannen, waar vervolgens een glasplaat werd voor gezet. Op verzoek van de pastoor kwam er een gordijntje voor de kaart om de invloed van licht te beperken. Vele jaren heeft de kaart er gehangen. Ook nadat de gemeente door een gemeentelijke herindeling in 1999 het gemeentehuis verliet. Sinds dat jaar heeft de Stichting Geldersche Kasteelen het gehele kasteel in gebruik genomen voor haar activiteiten. Bij rondleidingen op het kasteel konden bezoekers de kaart bewonderen.

Vorig jaar nam de Stichting Geldersche Kasteelen contact op met het Streekarchief Bommelerwaard om de mogelijkheden te bekijken voor een permanente bewaring van de kaart in de geklimatiseerde depots van het archief. De bewaar omstandigheden op het kasteel waren niet ideaal. De huidige techniek maakt het mogelijk om de kaart hoogwaardig te digitaliseren en online beschikbaar te stellen. Bovendien kon de stichting dan een reproductie laten maken en deze tonen bij rondleidingen. Voor een goede permanente berging van de kaart werd ook besloten om de kaart na digitalisering van het houten frame te halen en opgerold, op een grote brede rol, te bewaren. Een klus die geklaard wordt door atelier Hoogduin in Delft. En zo geschiede..., dankzij financiële bijdragen van de Stichting Vrienden van het Streekarchief Bommelerwaard, de parochie te Ammerzoden en de Rotaryclub Zaltbommel.

In de beeldbank van het Streekarchief Bommelerwaard vind u overigens ook kaarten van de heerlijkheid Kerkwijk uit 1766/1768 en het Munnikenland bij Loevestein uit 1792/1843. Het Gelders Archief in Arnhem beheert mooie kaarten van Bommelerwaardse heerlijkheden zoals van Nederhemert uit 1775, Brakel uit 1856 en Rossum uit begin negentiende eeuw. Helaas is een vroege kaart van de heerlijkheid of baronie Hedel uit 1725 vanwege de erbarmelijke conditie niet meer ter inzage. Het is wellicht een mooie taak om deze Hedelse kaart net als die van Ammerzoden te restaureren en te digitaliseren.

S.E.M. van Doornmalen,
adjunct-streekachivaris

NB. Op youtube is een promo-filmpje te zien over het digitaliseren van grootformaat kaarten door Picturae in Heiloo: video digitalisering

vrijdag 18 januari 2013

IJspret en ijsclubs

Afgelopen weekend waren de Europese Kampioenschappen allround schaatsen een Nederlands onderonsje. Deze week heeft de vorst aangehouden zodat de liefhebber zelf de schaatsen kan onderbinden en zich niet alleen hoeft te laven aan de snelle rondjes van de topsporters. De toekomstige Sven Kramers staan al op het natuurijs. Het is nationale folklore aan het worden dat zodra de temperatuur onder nul zakt er een wedstrijdje losbarst tussen ijsclubs in Nederland, wie de eerste officiele schaatswedstrijd op natuurijs mag organiseren. We helpen daarbij de natuur wel een beetje, om niet te zeggen een beetje veel, door dunne laagjes water op weilanden en baantjes aan te brengen die snel bevriezen. Iets wat men vroeger ook al deed: in 1939 had de Rossumse ijsclub de brandspuit gebruikt van de gemeente. We weten dat omdat de spuit beschadigd was door het gebruik en de ijsclub een rekening kreeg van de gemeente. Voordat de schaatsliefhebber het echte open water op kan is er meer nodig dan een paar nachtjes vorst.

Bommelerwaardse ijsclubs

IJsclubs behoren (met turn- of gymnastiekverenigingen) tot de oudste sportvereningen in Nederland. Vaak al voordat er sprake was van georganiseerd voetbal, (lawn)tennis of laat staan basketbal werd het schaatsen in verenigingsverband beoefend. Ook in de Bommelerwaard waren en zijn ijsclubs actief. De oudste is de Zaltbommelse IJsclub, opgericht in 1886. Er zijn enkele foto's bewaard gebleven uit deze tijd van het schaatsen op de grachten van de stad.

Na Zaltbommel volgde Rossum (1901) en ook Hurwenen met de ijsclub Hurwenen Vooruit die in 1909 werd opgericht was er snel bij. Ook toen sprak men van het volkse schaatsplezier. Ouderen zwierden, beentje over, hand in hand over het ijs en voor de sportievelingen waren er heuse wedstrijden voor paren en heren. Wedstrijden voor dames alleen was nog niet aan de orde. Ringsteken, al schaatsend met een prikstok een opgehangen ring zien te bemachtigen, was ook populair


Zalt-Bommelsche Courant 1 januari 1907

Later volgden onder andere Nieuwaal met ijsclub Vooruit is ons streven (ca. 1917), Gameren met ijsclub Joviaal (1918), Bruchem met ijsclub Nooit Gedacht (ca. 1922) en de Aalster ijsclub eveneens met de naam Nooit Gedacht (1927). De strenge winterweken in januari en februari 1929 waren aanleiding voor de oprichting van drie nieuwe ijsclubs in de streek; Ammerzoden (De Arend), Nederhemert (Eensgezind) en Zuilichem (De Volharding). Heerewaarden had toen ook een ijsclub genaamd Door Eendracht Sterk. Die club is na de Tweede Wereldoorlog ter ziele gegaan. Nog net voor die oorlog, in 1936, is in Hedel ijsclub De Volharding opgericht. In Brakel kreeg men pas in 1953 een ijsclub. Poederoijen heeft in de jaren vijftig van de vorige eeuw ook een ijsclub maar het jaar van oprichting is mij niet bekend. Betrekkelijk jong is de Drielse ijsclub, in 1979 werd de Stichting IJsclub Maasdriel in het leven geroepen. Bijna elk dorp heeft zo blijkt zijn ijsclub. Zelfs de buurtschap Delwijnen heeft sinds 1954 een eigen ijsclub, De Del genaamd.

Naast de ijsclubs, kent de Bommelerwaard tegenwoordig ook 'schaatsclubs', verenigingen die niet een ijsbaan in stand houden, maar in groepsverband schaatsen en (lange) tochten maken. Naast de ijsclub De Arend, kent Ammerzoden ook schaatsclub De Arend, opgericht in 1980. In Zaltbommel richtten enkele fanatieke schaatsers in 1987 de Schaatsgroep Zaltbommel op. Nederland had toen net twee elfstedentochten (1985 en 1986) achter de rug.

De schaatsen van 'Baron de Woelmont'

Het schaatsmuseum in Hindelopen heeft in haar collectie de mooiste schaatsen aller tijden, de Rembrandts onder de schaatsen zoals men zelf zegt. De zilveren schaatsen, opgeborgen in een foedraal met het opdruk 'F.W.', zijn gegraveerd met 'Mr. le senateur Baron de Woelmont'. In eerste instantie werd gedacht dat het hier baron Frederic Felix Eugene de Woelmont (1769-1829) betrof. Deze Frederic werd ook nog heer van Ammerzoden genoemd. Dat is hij echter nooit geweest. Zijn zoon, Louis Alexandre Alphons de Woelmont(1799-1856), was heer van Ammerzoden in de jaren 1824-1856, na zijn huwelijk met een gravin van Ribaucourt die het kasteel in 1823 erfde. De schaatsen zijn waarschijnlijk afkomstig van Ferdinand Philippe Ghislain de Woelmont (1815-1875), lid van de Eerste Kamer in Belgie en familielid van de heer van Ammerzoden.

Sil van Doornmalen,
adjunct-streekarchivaris

NB. In De Toren van 11 december 1997 verscheen een overzicht van de toenmalige ijsclubs in de regio: 'Een rondje langs Bommelerwaardse ijsclubs'. Dit artikel is online te raadplegen op de website van het streekarchief. Over het raadsel (welke F.W.) van de schaatsen van de Woelmont zie: N. Mulder, De schaatsen van baron De Woelmont, in: Kouwe Drukte 12(2008)nr.32 p.4-7

dinsdag 18 december 2012

Kerstkindjes

Over enkele dagen is het 25 december en wordt Kerstmis gevierd, het kerkelijke feest waarbij mensen in de westerse-christelijke wereld stilstaan bij de geboorte (althans volgens de bijbelse evangeliën van Lucas en Mattheus) van Christus. In de Russisch-orthodoxe Kerk wordt het feest later gevierd omdat men daar de oude Juliaanse kalender nog gebruikt. Mijn eigen familie kent twee 'kerstkindjes'. Reden om eens in de database met genealogische gegevens van het Streekarchief Bommelerwaard op te zoeken hoeveel kinderen er met Kerstmis geboren zijn sinds de invoering van de Burgerlijke Stand in 1811. Voor 1811 is het lastig zoeken omdat toen in de meeste gevallen de doop werd geregistreerd en niet de geboortedag.

In de Bommelerwaard zijn er in de periode 1811-1912 (de periode van de Burgerlijke Stand die nu openbaar is) 64.283 kinderen geboren. Daarvan zijn er 205 op 25 december geboren, waaronder 6 tweelingen. Een dag later, 26 december is in West-Europa ook een kerstdag. Dat is echter niet overal in de wereld het geval, daarom tel ik die hier niet mee. Het gaat om de 'echte' kerstkindjes. Machtildis van Alem uit (Kerk)Driel, geboren in 1812, was het eerste kerstkindje sinds de invoering van de Burgerlijke Stand.

Gemiddeld zijn er over de periode van 110 jaar per kalenderdag (bij 365 dagen per jaar) net iets meer dan 176 kinderen in totaal geboren. De kerstdag is dan met 205 geboorten toch aanzienlijk meer in trek bij de borelingen. Als negen maanden terug wordt geteld, dan komen we in de christelijke kalender op de dag van 'Maria Boodschap', of te wel de aankondiging (annunciatie) van de geboorte van Jezus aan Maria. Volgens evangelist Lucas kwam de aartsengel Gabriël in Nazareth Maria vertellen dat ze was uitverkoren om de Zoon van God ter wereld te brengen. Het is geen toeval dat deze 'boodschap' zo goed als samenvalt met het begin van de lente, het begin van nieuw leven. Het lijkt er in ieder geval op dat de Bommelerwaarders de lente ook goed ingeluid hebben!

Opvallend in de Bommelerwaardse cijfers is dat er in de gemeente Driel/Maasdriel beduidend meer (relatief en absoluut) kinderen op kerstdag zijn geboren in vergelijking met de andere plaatsen in de streek. In de grootste plaats, Zaltbommel, werden 31 kerstkinderen geboren. In Driel/Maasdriel 40. Zou het daar Godvruchtige grond zijn?

Sil van Doornmalen,
adjunct-streekarchivaris.

maandag 26 november 2012

Deportatie joodse inwoners Zaltbommel 1942-1943

Zondag 18 november werd in Zaltbommel stilgestaan bij de deportatie van joodse inwoners uit de stad, samen met enkele israëlitische families uit Rossum en Herwijnen, naar de Duitse vernietigingskampen. Zeventig jaar geleden, op 19 november 1942, vond het eerste transport plaats. Een halfjaar later, op 8-9 april 1943 volgde een tweede transport. Van het eerste transport is bekend hoe het verlopen is. Nadat de opgepakte joodse inwoners verzameld waren in de plaatselijke ontspanningszaal van het Nut, aan onderduiken dachten de meesten niet, werden ze omstreeks vijf uur in de ochtend per trein naar kamp Westerbork vervoerd. Van het tweede transport is zelfs de exacte datum niet duidelijk. De mensen zijn waarschijnlijk per bus naar kamp Vught gebracht. Een ingrijpende gebeurtenis in de geschiedenis van de stad en de eens bloeiende plaatselijke joodse gemeenschap in het bijzonder.

Des te opmerkelijker is dat het streekarchief niets bewaart dat herinnert aan dit drama. Het archief van het Israëlitisch kerkgenootschap van Zaltbommel is bijna gehele verloren gegaan. Waarschijnlijk door de Duitsers in beslag genomen en vernietigd; net als de mensen.... Foto's zijn voorzover bekend niet gemaakt. Reden te meer om het herdenken niet te vergeten.

In het archief van de Joodse Raad is een bescheiden briefkaartje bewaard gebleven dat de geschiedenis van de deportaties in een notendop samenvat. Met het tweede transport vanuit Zaltbommel ging ook Abraham David van Gelder (1901-1943) uit Rossum mee. Vanuit kamp Vught stuurde hij op 2 juli 1943 via de Joodse Raad een kaartje naar de familie Van Osch in Rossum.

Beste vrienden, ik ga heden vertrekken met enkelende bestemming, eerst naar Westerbork & daarna naar P. (= Polen, SvD). Hoopelijk zie ik Hesje (= zijn vrouw Hester Mozes, SvD) & de kinderen. Bedankt voor de pakjes en niets meer sturen. Jullie weten, kop op en ik hou goeden moed. Wij komen met zijn allen terug met Gods hulp. Vele groeten, ook voor Jaap en Aria (?) en speciaal voor Jullie allen. Bram.
Op de voorzijde van de briefkaart: Tot wederziens in betere tijden. Als ik in Westerbork blijf schrijf ik nog wel en stuur dan maar weer pakketten. Bram.

Abraham David is op 7 juli 1943 in Sobibor vermoord. Zijn vrouw en kinderen (13, 9 en 6 jaar oud) twee dagen daarna…..

Sil van Doornmalen,
adjunct-streekarchivaris

Meer informatie:
- Over de joodse Zaltbommelse gemeenschap zie www.mikwe.org
- C. Kooman, Zaltbommel 1942-1945. Een gemeente onder nationaalsocialistisch bestuur (Zaltbommel 2008)
- Lijst van alle joodse oorlogslachtoffers op http://www.mikwe.org/Mikwe/In_Memoriam.html